Raku

Raku betekent in het Japans vreugde, geluk ook wel gemak of eenvoud.

Het rakustoken vindt zijn oorsprong in de Japanse theeceremonie, die gestoeld is op het Zenboeddhisme. Alleen de zenpriesters waren bevoegd om de kommen en potten voor de theeceremonie te vervaardigen. Kenmerken van het Zenboeddhisme zijn o.a. liefde voor de natuur. Vandaar dat, in oorsprong, een rakupot werd gezien als een object gevormd door de wetten van de natuur. De vorm is eenvoudig, met de hand vervaardigd en daardoor vaak onregelmatig. Tegenwoordig worden soms ook een draaischijf en mallen gebruikt.

De gebruikte klei moet bestand zijn tegen heftige temperatuurwisselingen. Dit verkrijgt men door hooggebrande, fijngemalen vuurvaste kleikorreltjes de z.g.chamotte door de kleimassa te mengen.

Het bakproces, waarbij in oorsprong alleen op hout werd gestookt, is ondanks moderne aanpassingen zeer bijzonder gebleven.
Het met de hand of op een mal vervaardigd voorwerp wordt eerst zorgvuldig “natuurgedroogd”. Daarna onbewerkt voorgebakken op een temperatuur(afhankelijk van de gebruikte soort klei) van circa 900 a 1000 graden C.
Dan volgt de bewerking. Hierbij kunnen delen van het voorwerp worden afgedekt met vloeibare rubber of worden afgeplakt. Vervolgens wordt het glazuur aangebracht dat volgens bepaalde, soms gecompliceerde en vaak ook geheime recepten is samengesteld. Dit gebeurt met zeer grote zorgvuldigheid en wordt veelal gespoten maar soms ook met een penseel aangebracht.
Als het glazuur goed droog is wordt het rubber of het afplaksel verewijderd.

Dan volgt het stookproces in de raku-oven.
De voorwerpen worden in oven geplaatst, die vervolgens (tegenwoordig meestal met gasbranders) wordt verhit tot een temparatuur die, afhankelijk van het gebruikte glazuur, kan oplopen tot circa 1100 graden C.
De beoordeling of het glazuur de juiste temperatuur heeft berust op ervaring. Alleen aan het uiterlijk van het glazuur in de oven kan een juiste inschatting worden gemaakt. Tegenwoordig wordt ook gebruik gemaakt van een temperatuurmeter.
De barsten of het craquele in het glazuur, dat kenmerkend is voor raku-keramiek, wordt mogelijk gemaakt door een plotselinge afkoeling. Als de oven een temperatuur heeft bereikt van circa 1100 graden wordt het deksel van de oven getild of wordt de oven in zijn geheel opgetild. Met ijzeren tangen worden de gloeiende voorwerpen dan opgepakt. In een fractie van een seconde moet dan worden besloten of het voorwerp direcht in een kuip met zaagsel, houtkrullen en/of papiersnippers moet worden geplaatst of dat het eerst buiten de oven iets wordt afgekoeld. Tijdens de overgang van de hete oven naar de koude buitenlucht ontstaat het craquele, hoorbaar aan een tinkelend geluid.
De vorm die het craquele aanneemt is niet te plannen. Soms ontstaan er een paar hele grote barsten, soms is het een heel fijn, op kant lijkend patroon en soms is het een mengeling van beiden. Op het monent dat het voorwerp in de kuip wordt gedaan ontvlammen zaagsel of ander materiaal onmiddellijk. Vervolgens wordt de kuip met een deksel afgesloten en met natte doeken afgedekt. De rook die daardoor ontstaat en binnen de kuip blijft, kruipt in de barstjes van het glazuur. Raku kan dan ook alleen in de open lucht worden gestookt. Na circa 20 minuten wordt het voorwerp uit de kuip gehaald en in een kuip met water gedompeld om verder af te koelen.
Hierna volgt naar keuze wel of geen schoonmaakbeurt.

Schelp

Hier is goed te zien, dat grove en fijne craquele op hetzelfde voorwerp voor kunnen komen.